Vincent Pruntel (Bouwbedrijf Huta) over vakmanschap, samenwerking en demontabel bouwen
Binnen het Circulair Impactproject – Catering van ’t Hooge werken meerdere bouwbedrijven samen aan een nieuwe manier van bouwen. Circulair en biobased
Een van de betrokken partijen is Bouwbedrijf Huta uit Zuidwolde. Vincent Pruntel maakt namens het bedrijf deel uit van het bouwteam waar Huta onder andere betrokken is bij de afbouw van het gebouw. Volgens Vincent vraagt dit project om een andere manier van kijken naar bouwen.
“Je merkt al snel dat dit anders is dan de traditionele bouw. Het gaat niet simpelweg om het vervangen van oliehoudende isolatiematerialen door natuurlijke alternatieven zoals vlas of hennep. Zo eenvoudig is het niet. Het vraagt om onderzoek: welke materialen zijn er beschikbaar naast de bekende bouwproducten, hoe worden ze geproduceerd en wat is hun milieu-impact? Daarnaast moet je nadenken over hoe materialen worden gemonteerd zodat ze later weer demontabel zijn. En ondertussen moet je het hele proces zorgvuldig vastleggen om te kunnen aantonen dat de gestelde doelen en normen daadwerkelijk worden gehaald.”
Een andere manier van bouwen
Het werk is binnen het bouwteam verdeeld in verschillende disciplines. Bouwbedrijf Huta richt zich vooral op de onderdelen zoals de houtskeletbouw, scheidingswanden, houten gevelbekleding, gevelmetselwerk en interieur. Daarbij wordt bewust gekeken naar materiaalgebruik, herkomst en milieubelasting.
“Bij de houten gevelbekleding kijken we bijvoorbeeld welke houtsoorten beschikbaar zijn, hoe ze behandeld zijn en waar ze vandaan komen. Wat is de totale milieu-impact van het hout voordat het op de bouwplaats ligt? En hoe bevestigen we het zo dat het later zonder sloopschade gedemonteerd kan worden?”
Samen bouwen met vier aannemers
Het bouwproject wordt uitgevoerd door een team van vier bouwbedrijven . Dat vraagt om een goede samenwerking en duidelijke afstemming.
Volgens Vincent is dat juist een van de sterke punten van het project.
“We zijn allemaal bouwbedrijven, maar ieder heeft zijn eigen specialisme. Juist die verschillende kerncompetenties maken de samenwerking interessant en leerzaam.”
De samenwerking begon al in een vroeg stadium van het project. De inkt van het schetsontwerp was amper opgedroogd en het bouwteam was al in overleg met elkaar. Het gebouw moet demontabel zijn. Hierdoor vallen er standaard bouwmaterialen af en komen andere bouwmaterialen meer in hun kracht.
“Je moet al vroeg nadenken over hoe je het later weer uit elkaar haalt. Dat betekent dat je in het voortraject veel meer de diepte in gaat met elkaar. Sommige standaard bouwmaterialen vallen af, terwijl andere materialen juist in hun kracht komen. Voordat de bouwvergunning wordt ingediend wil je het juiste op papier hebben. Dat voorkomt extra kosten achteraf.”
Circulair en biobased in de praktijk
In de afbouw wordt gezocht naar materialen die passen binnen de circulaire ambities van het project. Daarbij gaat het zowel om herbruikbare als biobased materialen.
Zo worden onder andere houtskeletwanden toegepast met cellulose-isolatie (gerecycled krantenpapier) . Ook wordt gekeken naar isolatiemateriaal zoals vlas voor scheidingswanden.
Daarnaast wordt onderzocht of onderdelen zoals een houten verdiepingsvloer van gebruikte balken kan worden opgebouwd.
“Als je bestaande materialen opnieuw kunt gebruiken, is de milieu-impact minimaal. Het is tenslotte een materiaal dat er al is en niet opnieuw geproduceerd hoeft te worden.”
Vakmanschap krijgt weer een andere rol
Werken met circulaire of hergebruikte materialen vraagt volgens Vincent ook iets van het vakmanschap van bouwbedrijven.
Hergebruikte materialen zijn bijvoorbeeld in mindere aantallen standaard beschikbaar. De bouwmateriaalhandel heeft veelal alleen maar nieuw materiaal beschikbaar. Daarnaast kunnen gebruikte materialen kleine maatverschillen en beschadigingen hebben.
“Daar moet je in de uitvoering op anticiperen. Je gaat weer echt denken in oplossingen en materialen passend maken. Deze werkwijze vraagt om vakmanschap.”
Volgens hem is dat juist een mooie ontwikkeling binnen het bouwproces.
“Door de jaren heen is de timmerman veelal een ‘montagevakman’ geworden. Alles wordt pasklaar aangeleverd op de bouwplaats. Door veelal lijm en purschuim maken we alles muurvast aan elkaar. Met circulair bouwen ga je weer terug naar het echte vakmanschap. Het “pas maken” en “vast maken”, maar dan zonder de kitspuit en purbus. Dus demontabel.”
De verbindende rol van DOC33
Binnen het project speelt DOC33 een belangrijke rol in het verbinden van de verschillende partijen.
Vincent vergelijkt die rol met een bekend beeld uit de bouw.
“DOC33 is eigenlijk het cement tussen de bakstenen. Zij zorgen ervoor dat we niet los gestapelde stenen blijven, maar dat het samen één geheel wordt.”
“In de bouw klinkt vaak het argument: ‘zo doen we het altijd’. DOC33 kiest er bewust voor om dat patroon te doorbreken.”
Door partijen samen te brengen en de samenwerking te stimuleren ontstaat er volgens hem een gezamenlijke focus op het project.
“Als je niet uitkijkt, gaan we als partijen toch vooral naar ons eigen onderdeel kijken. DOC33 zorgt er ook voor dat we het totale ‘plaatje’ blijven zien.”
Daarnaast werkt DOC33 vanuit het idee van een Community of Practice. Kennis en ervaringen uit het project worden actief gedeeld met andere professionals en organisaties. Door open te leren en samen te ontwikkelen ontstaat een zogenoemd zwaankleefaan-effect: steeds meer partijen sluiten zich aan en bouwen voort op de inzichten uit het project. Zo draagt het project niet alleen bij aan dit gebouw, maar ook aan de versnelling van circulair bouwen in de regio.
Leren voor de toekomst
Het project levert volgens Vincent nu al waardevolle inzichten op. Niet alleen voor circulaire bouwprojecten, maar ook voor reguliere bouwprojecten.
“Je leert om op een andere manier naar een bouwwerk te kijken. Ook naar de volgorde van werken en de keuzes die je maakt.”
Toch denkt hij dat circulair bouwen in de afbouw nog niet direct de standaard zal worden. Vooral esthetische wensen en technische eisen zorgen soms voor uitdagingen. Maar juist daarom ziet hij het project als een belangrijk leerproces.
Wanneer is het project geslaagd?
Voor Vincent is het antwoord uiteindelijk eenvoudig.
“Voor mijzelf is het project nu al geslaagd. Wij als bouwbedrijf Huta hebben dankzij Inge van ’t Hooge in samenwerking met DOC33 de kans gekregen om nieuwe inzichten te ontwikkelen en kennis te vergaren. Hiervoor zijn wij als bouwbedrijf zeer dankbaar. Je moet als opdrachtgever maar je hoofd boven het maaiveld durven uitsteken. Wanneer de opdrachtgever straks na voltooiing van de bouw zegt: ‘We zijn dik tevreden’, dan is voor ons het project geslaagd.”




















